Uitzendarbeid heeft niet altijd bestaan in de vorm en omvang die we vandaag kennen. In de jaren vijftig en zestig was uitzendarbeid een fenomeen in de marge van de arbeidsmarkt. Oorspronkelijk ging het louter en alleen om tijdelijke vervanging of ‘depannage’ voor vast personeel. Maar het was een aanzet naar meer. De vraag uit het bedrijfsleven naar meer tijdelijke en flexibel inzetbare werkkrachten nam toe. De uitzendsector kreeg daarbij een bijkomende versnelling doordat bedrijven niet-kernactiviteiten gingen outsourcen. Enkele cijfers om dit te staven. In 1977 telde België 24.000 uitzendkrachten op jaarbasis, in 1985 waren dat er voor het eerst meer dan 50.000. In 2000 bereikten we de mijlpaal van 300.000, sinds 2016 tellen we elk jaar meer dan 400.000 uitzendkrachten. Als we daar de 300.000 jobstudenten bijtellen die doorheen het jaar via uitzendarbeid aan de slag gaan, brengt ons dat anno 2023 op ruim 700.000 mensen die elk jaar via uitzendwerk hun weg vinden naar de arbeidsmarkt.
Al deze uitzendkrachten samen presteerden de voorbije jaren meer dan 220 miljoen uren arbeid per jaar. Rekenen we dit aantal uren om naar voltijdse equivalenten dan komen we, op basis van eigen sector-data, sinds 2015 ruim boven de 100.000 VTE’s uit. De laatste jaren schommelt het aandeel van uitzendarbeid dan ook tussen 2,5 en 3 procent van de totale loontrekkende tewerkstelling in ons land. Uitzendarbeid is met andere woorden een integraal onderdeel geworden van het humanresources-beleid in zowat alle soorten van organisaties, van privébedrijven tot bij de overheid. Uitzendarbeid wordt niet alleen omwille van de flexibiliteit ingezet, maar wordt ook steeds meer als instroomkanaal gebruikt voor vaste medewerkers. Zo is voor tienduizenden jongeren uitzendarbeid de eerste stap naar de arbeidsmarkt, die overigens vaak leidt naar een vaste baan. Meer dan de helft van alle uitzendkrachten krijgt na afloop van de uitzendopdracht een contract aangeboden.
De uitzendsector is een belangrijke speler op de arbeidsmarkt. Toch is de aandacht voor de economische en maatschappelijke impact van uitzend- arbeid geen ‘top –of –mind’-onderzoeksterrein voor academici en andere onderzoekers. Veel van de wetenschappelijke publicaties over uitzend- arbeid handelen over de eerder sociaalrechtelijke aspecten. Een 360°- onderzoek naar de economische en maatschappelijke impact van uitzendwerk is nog nooit uitgevoerd. Wie zijn de gebruikers? Waarom doen ze een beroep op uitzendkrachten? Wat is hun visie op uitzendarbeid? Wie zijn de uitzendkrachten? Wat zijn hun verwachtingen en motieven? Welke rol spelen uitzendbureaus voor zowel de uitzendkrachten als de gebruikers? In welke mate draagt uitzendarbeid bij tot economische groei? Wat is de impact op de productiviteit? In welke mate draagt uitzendarbeid bij tot flexibiliteit op de rigide Belgische arbeidsmarkt? … Veel van deze vragen werden tot vandaag maar deels beantwoord. Omdat er een gebrek is aan wetenschappelijk onderzoek wordt er, als het gaat over de uitzendsector, vaak veralgemeend op basis van casuïstiek, eerder dan de sector te beoordelen op haar werkelijke waarde voor de arbeidsmarkt.
Daarom heeft sectorfederatie Federgon aan prof. Ludo Struyven van HIVA-KULeuven gevraagd om vanuit een breder perspectief naar de sector te kijken en de loopbaantypologieën van uitzendkrachten te onderzoeken om zo te begrijpen en te documenteren voor welke dynamiek op onze arbeidsmarkt uitzendarbeid zorgt. Het eindrapport geeft een nooit geziene inkijk in de rol die de sector speelt op onze arbeidsmarkt en beschrijft de loopbaan van uitzendkrachten gedurende meerdere jaren. In dit onderzoek gebruiken de onderzoekers een gekoppelde KSZ-RSZ-steekproef, die elk kwartaal 10% van de totale loontrekkende populatie in België omvat, en die deze personen per kwartaal volgt van 1996 tot 2019. Nooit eerder werd zo’n grote set van data voor onderzoek gebruikt, data die een objectieve blik werpen op het verloop van de diverse loopbanen van uitzendkrachten. Deze administratieve gegevens kunnen namelijk de loopbaanontwikkeling van werknemers completer en nauwkeuriger weergeven dan wat mogelijk is met surveygegevens in loopbaanstudies.
